VSME — Standaard
Commission Recommendation (EU) 2025/1710 · Nederlands
Dit is een onofficiële weergave van de tekst. De officiële versie vindt u op EUR-Lex.
General
Doel van deze standaard en op welke ondernemingen deze van toepassing is
Het doel van deze vrijwillige standaard is micro-, kleine en middelgrote ondernemingen te ondersteunen bij:
het verstrekken van informatie die zal helpen te voorzien in de gegevensbehoeften van grote ondernemingen die bij hun leveranciers duurzaamheidsinformatie opvragen;
het verstrekken van informatie die zal helpen te voorzien in de gegevensbehoeften van banken en beleggers, waardoor ondernemingen worden geholpen toegang te krijgen tot financiering;
het verbeteren van het beheer van de duurzaamheidskwesties waarmee zij worden geconfronteerd, d.w.z. ecologische en sociale uitdagingen zoals vervuiling, gezondheid en veiligheid van werknemers. Dit zal hun concurrerende groei ondersteunen en hun veerkracht op korte, middellange en lange termijn vergroten; en
Deze standaard is vrijwillig. De standaard is van toepassing op ondernemingen (1) waarvan de effecten niet tot de handel op een gereglementeerde markt in de Europese Unie zijn toegelaten (niet beursgenoteerd). In [artikel 3 van Richtlijn 2013/34/EU] worden drie categorieën kleine en middelgrote ondernemingen gedefinieerd op basis van hun balanstotaal, hun netto-omzet en hun gemiddelde aantal werknemers gedurende het boekjaar.
Deze ondernemingen vallen buiten het toepassingsgebied van de richtlijn duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (CSRD), maar worden aangemoedigd deze standaard te gebruiken. Deze standaard gaat in op dezelfde duurzaamheidskwesties als de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportering (ESRS) voor grote ondernemingen. De standaard is echter evenredig en houdt daarom rekening met de fundamentele kenmerken van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen. Het is micro-ondernemingen toegestaan alleen bepaalde delen van deze standaard te gebruiken, zoals benadrukt in punt 5, a).
Structuur van deze standaard
Deze standaard bestaat uit twee modules die de onderneming kan gebruiken om haar duurzaamheidsverslag op te stellen:Punt 24 hieronder illustreert de beschikbare opties voor het opstellen van een duurzaamheidsverslag aan de hand van deze standaard door een of meer van deze modules te kiezen. Zodra een module is geselecteerd, moet deze volledig worden gevolgd (met de flexibiliteit die op grond van punt 22 is toegestaan); elk informatie-element wordt echter alleen verstrekt wanneer het van toepassing is op de specifieke omstandigheden van de onderneming.
Aanhangsel A, Gedefinieerde begrippen, geeft de definities van de begrippen die in deze standaard worden gebruikt. In de gehele VSME-standaard worden de begrippen die worden gedefinieerd in de begrippenlijst (aanhangsel A), vet en cursief gedrukt, behalve wanneer een gedefinieerd begrip meer dan eens in dezelfde alinea wordt gebruikt.
Beginselen voor het opstellen van het duurzaamheidsverslag (basismodule en uitgebreide module)
Voldoen aan deze standaard
In deze standaard worden vereisten vastgesteld die de onderneming in staat stellen relevante informatie te verstrekken over:
De onderneming rapporteert relevante, getrouwe, vergelijkbare, begrijpelijke en verifieerbare informatie.
Afhankelijk van het soort activiteiten dat door de onderneming wordt uitgevoerd, kan de opname van aanvullende informatie (parameters en/of beschrijvende informatie) die niet onder deze standaard valt, passend zijn om informatie over duurzaamheidskwesties te verstrekken die gebruikelijk is in de sector van de onderneming (d.w.z. kwesties die bedrijven of entiteiten die actief zijn in een specifieke sector of op een specifiek gebied doorgaans tegenkomen) of die specifiek zijn voor de onderneming, aangezien dit het verstrekken van relevante, getrouwe, vergelijkbare, begrijpelijke en verifieerbare informatie ondersteunt. Dit omvat de overweging om informatie te verstrekken over broeikasgasemissies van groep 3 (zie de punten 50 tot en met 53 van deze standaard). Aanhangsel B bevat een lijst van mogelijke duurzaamheidskwesties.
Vergelijkende informatie
Het toepasselijkheidsbeginsel
Bepaalde informatie hoeft alleen in specifieke omstandigheden (2) te worden verstrekt. In het bijzonder specificeren de instructies in welke omstandigheden informatie moet worden verstrekt en welke informatie moet worden gerapporteerd indien deze door de onderneming als “toepasselijk” wordt beschouwd. Wanneer voor een van deze omstandigheden informatie wordt weggelaten, wordt aangenomen dat deze niet toepasselijk is.
Opname van dochterondernemingen in de gerapporteerde gegevens
Tijd en plaats van het duurzaamheidsverslag
Indien een duurzaamheidsverslag wordt opgesteld om tegemoet te komen aan de behoeften van grote ondernemingen of banken die jaarlijks een actualisering nodig hebben, wordt het verslag jaarlijks opgesteld. Indien de onderneming een jaarrekening opstelt, wordt het duurzaamheidsverslag opgesteld voor een periode die overeenstemt met die waarover de jaarrekening wordt opgesteld. Indien specifieke datapunten niet zijn gewijzigd ten opzichte van het voorgaande verslagjaar, kan de onderneming aangeven dat er geen wijzigingen hebben plaatsgevonden en verwijzen naar de informatie die voor dat specifieke datapunt in het verslag van het voorgaande jaar is verstrekt.
De primaire functie van dit verslag is het informeren van feitelijke of potentiële zakelijke tegenpartijen. De onderneming kan besluiten haar duurzaamheidsverslag openbaar te maken. In dat geval kan de onderneming haar duurzaamheidsverslag in een afzonderlijk deel van het bestuursverslag presenteren, indien zij dat heeft opgesteld. Anders kan de onderneming besluiten haar duurzaamheidsverslag als een afzonderlijk document te presenteren.
Om te voorkomen dat dezelfde informatie tweemaal wordt gepubliceerd, kan de onderneming in haar duurzaamheidsverslag verwijzen naar informatie die is gepubliceerd in andere documenten die tegelijk met het duurzaamheidsverslag toegankelijk zijn (3).
Gerubriceerde en gevoelige informatie
Wanneer de verstrekking van de informatie in deze standaard openbaarmaking van gerubriceerde of gevoelige informatie vereist, mag de onderneming dergelijke informatie weglaten. Indien de onderneming besluit dergelijke informatie weg te laten, moet zij bij rubriek B1 vermelden dat dit het geval is (zie punt 24).
Samenhang en verbanden met informatie in jaarrekeningen
Basismodule
De onderneming rapporteert over haar kwesties op ecologisch en sociaal gebied en wat betreft zakelijke gedrag (samen “duurzaamheidskwesties”) aan de hand van de onderstaande rubrieken B1 tot en met B11.
Grondslag voor het opstellen van informatie
De onderneming rapporteert de volgende informatie:
indien de onderneming informatie heeft weggelaten omdat zij als gerubriceerde of gevoelige informatie wordt beschouwd (zie punt 19), vermeldt de onderneming welke informatie is weggelaten;
of het duurzaamheidsverslag op individuele basis is opgesteld (d.w.z. het verslag is beperkt tot de informatie van de onderneming) of op geconsolideerde basis (d.w.z. het verslag bevat informatie over de onderneming en haar dochterondernemingen);
in het geval van een geconsolideerd duurzaamheidsverslag, de lijst van de dochterondernemingen, met inbegrip van hun geregistreerde adres (4), waarop het verslag betrekking heeft; en
Praktijken, beleid en toekomstige initiatieven voor de transitie naar een duurzamere economie
Indien de onderneming specifieke praktijken, beleidsmaatregelen of toekomstige initiatieven voor de transitie naar een duurzamere economie heeft ingevoerd, moeten deze worden vermeld. De onderneming vermeldt of zij beschikt over:
praktijken, die in dit verband bijvoorbeeld inspanningen kunnen omvatten om het water- en elektriciteitsverbruik van de onderneming te verminderen, de uitstoot van broeikasgassen te verminderen of vervuiling te voorkomen, en initiatieven om de productveiligheid te verbeteren, alsook lopende initiatieven om de arbeidsomstandigheden en gelijke behandeling op de werkplek te verbeteren, opleiding van het personeel van de onderneming op het gebied van duurzaamheid en partnerschappen in verband met duurzaamheidsprojecten;
beleid inzake duurzaamheidskwesties, ongeacht of deze openbaar beschikbaar zijn, en elk afzonderlijk ecologisch, sociaal of governancebeleid voor de aanpak van duurzaamheidskwesties;
Dergelijke praktijken, beleid en toekomstige initiatieven geven samen aan wat de onderneming doet om haar negatieve impact te verminderen en haar positieve impact op mens en milieu te vergroten, teneinde bij te dragen tot een duurzamere economie. Aanhangsel B bevat een lijst van mogelijke duurzaamheidskwesties waarover kan worden gerapporteerd. De onderneming kan voor de rapportering het model in punt 14 van bijlage II bij deze aanbeveling gebruiken.
Energie en broeikasgasemissies
De onderneming rapporteert haar totale energieverbruik in MWh, met een uitsplitsing volgens onderstaande tabel, indien zij de nodige informatie kan vergaren om een dergelijke uitsplitsing te maken:
| Hernieuwbaar | Niet-hernieuwbaar | Totaal | |
| Elektriciteit (zoals weergegeven op de energierekening) | |||
| Brandstoffen |
De onderneming rapporteert haar geraamde brutobroeikasgasemissies in ton CO2-equivalent (t CO2eq), rekening houdend met de inhoud van de GHG Protocol Corporate Standard (versie 2004), met inbegrip van:
De onderneming rapporteert haar broeikasgasintensiteit, berekend door de op grond van punt 30 gerapporteerde “brutobroeikasgasemissies” te delen door de op grond van punt 24, e), iv), gerapporteerde “omzet (in monetaire eenheden)” (5).
Verontreiniging van lucht, water en bodem
Indien de onderneming reeds op grond van de wet of andere nationale voorschriften verplicht is haar emissies van verontreinigende stoffen aan de bevoegde autoriteiten te melden, of indien zij daarover vrijwillig verslag uitbrengt volgens een milieubeheersysteem, maakt zij voor elke verontreinigende stof die zij bij haar eigen activiteiten in de lucht, het water en de bodem uitstoot, de respectieve hoeveelheden bekend. Als deze informatie al openbaar beschikbaar is, kan de onderneming ook verwijzen naar het document waarin deze informatie wordt gerapporteerd, bijvoorbeeld door de relevante URL-link te verstrekken of een hyperlink in te sluiten.
Biodiversiteit
De onderneming vermeldt het aantal en de oppervlakte (in hectare of m2) van de vestigingen die zij in eigendom heeft, huurt of beheert, in of nabij een biodiversiteitsgevoelig gebied.
De onderneming kan parameters met betrekking tot landgebruik (in hectare of m2) vermelden:
de totale natuurgerichte oppervlakte op de bedrijfslocatie; en
de totale natuurgerichte oppervlakte buiten de bedrijfslocatie.
Water
De onderneming moet haar totale wateronttrekking bekendmaken, d.w.z. de hoeveelheid water die binnen de grenzen van de organisatie (of faciliteit) wordt onttrokken; daarnaast moet de onderneming de hoeveelheid onttrokken water op plaatsen in gebieden met grote waterstress afzonderlijk presenteren.
Indien de onderneming beschikt over productieprocessen die een aanzienlijk volume aan water verbruiken (bv. thermische energieprocessen zoals drogen of elektriciteitsopwekking, de productie van goederen, irrigatie van landbouwgrond enz.), moet zij haar waterverbruik vermelden, berekend als het verschil tussen de wateronttrekking en waterlozing uit haar productieprocessen.
Gebruik van hulpbronnen, circulaire economie en afvalbeheer
Personeel — Algemene kenmerken
Personeel — Gezondheid en veiligheid
Personeel — Vergoeding, collectieve onderhandelingen en opleiding
De onderneming rapporteert de volgende informatie:
of de werknemers een beloning ontvangen die gelijk is aan of hoger is dan het toepasselijke minimumloon voor het land waarover zij verslag uitbrengen, rechtstreeks bepaald door de nationale minimumloonwetten of door middel van een via collectieve onderhandelingen overeengekomen arbeidsovereenkomst (cao);
de procentuele kloof in de beloning tussen vrouwelijke en mannelijke werknemers. De onderneming kan deze informatie achterwege laten wanneer haar personeelsbestand minder dan 150 werknemers bedraagt, waarbij zij opmerkt dat deze drempel met ingang van 7 juni 2031 zal worden verlaagd tot 100 werknemers;
Veroordelingen en boetes voor corruptie en omkoping
Uitgebreide module
Middels deze module wordt zodanig informatie gerapporteerd dat op een alomvattende manier tegemoet wordt gekomen aan de informatiebehoeften van de zakenpartners van de onderneming, zoals beleggers, banken en zakelijke klanten, in aanvulling op de informatie die via de basismodule wordt verstrekt. De rapportering via deze module weerspiegelt de respectieve verplichtingen van financiëlemarktdeelnemers en zakelijke klanten uit hoofde van relevante wet- en regelgeving. Ook wordt via deze module de informatie verstrekt die de zakenpartners nodig hebben om het duurzaamheidsrisicoprofiel van de onderneming te beoordelen, bv. als (potentiële) leverancier of (potentiële) kredietnemer.
Onderstaande tekst geeft aan welke gegevens in de rubrieken C1 tot en met C9 in aanmerking moeten worden genomen en waarover moet worden gerapporteerd, indien de rubrieken van toepassing zijn op de bedrijfsactiviteiten en organisatie van de onderneming. Wanneer voor een van deze omstandigheden informatie wordt weggelaten, wordt aangenomen dat deze rubriek niet toepasselijk is.
Strategie: Bedrijfsmodel en duurzaamheid — Gerelateerde initiatieven
De onderneming rapporteert de belangrijkste elementen van haar bedrijfsmodel en strategie, met inbegrip van:
Beschrijving van praktijken, beleid en toekomstige initiatieven voor de transitie naar een duurzamere economie
Indien de onderneming specifieke praktijken, beleid of toekomstige initiatieven voor de transitie naar een duurzamere economie heeft ingevoerd, die zij reeds in het kader van rubriek B2 in de basismodule heeft gerapporteerd, wordt dit beknopt beschreven. De onderneming kan hiervoor het model in punt 149 van bijlage II bij deze aanbeveling gebruiken.
Aandachtspunten bij rapportering broeikasgasemissies onder rubriek B3 (basismodule)
Afhankelijk van de soort activiteiten die door de onderneming wordt uitgevoerd, kan het rapporteren van een kwantificering van de broeikasgasemissies van groep 3 passend zijn (zie punt 10 van deze standaard) om relevante informatie te verstrekken over de impact van de waardeketen van de onderneming op de klimaatverandering.
Emissies van groep 3 zijn indirecte broeikasgasemissies (met uitzondering van emissies van groep 2) die voortvloeien uit de waardeketen van een onderneming. Hieronder vallen de activiteiten die aan de activiteiten van de onderneming voorafgaan (oftewel “upstream”, bv. aangekochte goederen en diensten, aangekochte kapitaalgoederen, vervoer van aangekochte goederen) en activiteiten die volgen op de activiteiten van de onderneming (oftewel “downstream”, bv. vervoer en distributie van de producten van de onderneming, gebruik van verkochte producten, investeringen).
Indien de onderneming besluit deze parameters te rapporteren, moet zij verwijzen naar de 15 soorten broeikasgasemissies van groep 3 die in de GHG Protocol Corporate Standard (BKG-protocol) zijn vastgesteld en die in de GHG Protocol Corporate Value Chain (Scope 3) Accounting and Reporting Standard zijn gespecificeerd. Wanneer de onderneming verslag uitbrengt over broeikasgasemissies van groep 3, neemt zij significante groep 3-categorieën op (volgens de Corporate Value Chain (Scope 3) Accounting and Reporting Standard) op basis van haar eigen beoordeling van relevante groep 3-categorieën. Ondernemingen kunnen nadere richtsnoeren voor specifieke berekeningsmethoden voor elke categorie vinden in de technische richtsnoeren voor de berekening van emissies van groep 3 (Technical guidance for Calculating Scope 3 Emissions) van het BKG-protocol.
Streefcijfers voor broeikasgasreductie en klimaattransitie
Indien de onderneming streefcijfers voor broeikasgasemissiereductie heeft vastgesteld, rapporteert zij haar streefcijfers in absolute waarden voor emissies van groep 1 en 2. In overeenstemming met de punten 50 tot en met 53 en indien de onderneming reductiestreefcijfers voor groep 3 heeft vastgesteld, verstrekt zij ook de streefcijfers voor significante emissies van groep 3. De onderneming rapporteert met name:
Indien de onderneming die actief is in sectoren met een hoge klimaatimpact (6) een transitieplan voor klimaatmitigatie heeft vastgesteld, kan zij daarover informatie verstrekken, met inbegrip van een toelichting over de wijze waarop zij bijdraagt tot de vermindering van broeikasgasemissies.
Klimaatrisico’s
Indien de onderneming klimaatgerelateerde gevaren en klimaatgerelateerde transitiegebeurtenissen heeft vastgesteld die bruto klimaatgerelateerde risico’s voor de onderneming met zich meebrengen, moet zij:
een korte beschrijving geven van dergelijke klimaatgerelateerde gevaren en klimaatgerelateerde transitiegebeurtenissen;
bekendmaken hoe zij de blootstelling aan en gevoeligheid van haar activa, activiteiten en waardeketen met betrekking tot deze gevaren en transitiegebeurtenissen heeft beoordeeld;
Aanvullende (algemene) kenmerken van het personeelsbestand
Indien de onderneming 50 of meer werknemers in dienst heeft, kan zij de verhouding tussen vrouwen en mannen op managementniveau voor de verslagperiode vermelden.
Indien de onderneming 50 of meer werknemers in dienst heeft, kan zij het aantal zelfstandigen zonder personeel vermelden die uitsluitend voor de onderneming werken, alsmede het aantal tijdelijke arbeidskrachten die worden uitgezonden door ondernemingen die zich voornamelijk bezighouden met “arbeidsbemiddeling en personeelswerk”.
Aanvullende informatie over het personeel — Mensenrechtenbeleid en -processen
Ernstige negatieve incidenten met betrekking tot mensenrechten
Ontvangsten uit bepaalde activiteiten en uitsluiting van EU-referentiebenchmarks
Indien de onderneming actief is in een of meer van de volgende sectoren, vermeldt zij de daarmee verband houdende inkomsten uit activiteiten met betrekking tot:
de sector fossiele brandstoffen (kolen, olie en gas) (d.w.z. de onderneming verkrijgt inkomsten uit de exploratie, ontginning, winning, productie, verwerking, opslag, raffinage of distributie, inclusief vervoer, opslag en handel, van fossiele brandstoffen in de zin van artikel 2, punt 62, van Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad (7)), met inbegrip van een uitsplitsing van de inkomsten uit kolen, olie en gas; of
Genderdiversiteitsverhouding in het bestuursorgaan
Voetnoten
- (1)Hiertoe worden gerekend: zelfstandigen, ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid en beursgenoteerde micro-ondernemingen. ↩
- (2)Bijvoorbeeld, de wettelijke verplichting om specifieke informatie te verstrekken of als specifieke informatie via een milieubeheersysteem al vrijwillig wordt verstrekt. ↩
- (3)In een toekomstige onlineversie van de VSME-standaard kan de onderneming in voorkomend geval verwijzen naar in andere documenten gepubliceerde informatie in plaats van naar het duurzaamheidsverslag, door middel van een verwijzing naar die opname. Een dergelijke verwijzing wordt gedaan door het paginanummer van de relevante bron op te nemen, op voorwaarde dat het pdf-formaat van het brondocument ook beschikbaar wordt gesteld in de onlineversie van het hulpmiddel. ↩
- (4)Het geregistreerde adres is het officiële adres van de onderneming. ↩
- (5)In een toekomstige onlineversie van de VSME-standaard wordt dit automatisch berekend. ↩
- (6)Sectoren met een grote klimaatimpact zijn de sectoren vermeld in de NACE-secties A tot en met H en sectie M zoals gedefinieerd in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/137. ↩
- (7)Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 663/2009 en (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 94/22/EG, 98/70/EG, 2009/31/EG, 2009/73/EG, 2010/31/EU, 2012/27/EU en 2013/30/EU van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2009/119/EG en (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 1). ↩